was successfully added to your cart.

InternationaliseringOntwikkelingen

Gogme, bekonkelen en opkalefateren

By 27 September 2014 3 Comments
Cover-wouter

De creatieve industrie van Nederland heeft een naam in de wereld. Op het gebied van Dutch Digital Design gebeurt de laatste jaren erg veel. Een goed gedijende creatieve industrie geeft een boost aan heel Amsterdam. Wat zijn hierbij de succesfactoren? Waar staan we nu? Hoe kan de digitale creatieve industrie zich blijven vernieuwen, zodat creativiteit blijft gedijen in de regio?

Voor de derde keer organiseerde Jong Management samen met VNO-NCW metropool Amsterdam in samenwerking met partners een bijeenkomst. Wouter Boon (Boon Strategy) en onderdeel van de groeiende community Dutch Digital Design vertelde waar de digitale creatieve industrie vandaan komt en waar de kansen voor de toekomst liggen. Mats Siffels (Strategy Director bij DigitasLBi) en Boris Nihom (Partner / Strategy bij Achtung) gaven hun visie op wat zij denken dat de creatieve industrie nodig heeft. Hierbij mijn verslag van deze avond.

cutout flyer

Na een daghap uit het restaurant te hebben opgesmikkeld, sprongen collega Valina Convent en ik op de fiets richting het Centre for Creation aan de Kruislaan 182 in Amsterdam Oost. Jas ophangen, sushi hapje, hondje aaien en een plekje zoeken in de zaal. Applaus voor de eerste spreker: Wouter Boon. Hij heeft een boek geschreven, getiteld ‘Defining Creativity‘. Een analyse van creativiteit, bekeken vanuit een biologisch, psychologisch en sociaal-maatschappelijk standpunt. Degene met de beste vraag / opmerking van de avond kreeg een gratis exemplaar van zijn boek. Opletten geblazen dus!

‘Het maken van onbekende combinaties van bekende ideeën’, aldus één van de meerdere definities van creativiteit die Wouter in zijn boek geeft. Voorbeelden van neuronen die in hersenen informatie overbrengen. En hoe je daarmee een parallel kunt trekken naar bijvoorbeeld inwoners van een stad. Hoe meer inwoners, hoe meer mogelijkheden op het overbrengen en ‘botsen’ van ideeën. En daardoor het ontstaan van nieuwe combinaties. Tel daarbij ook nog eens de internationale bezoekers aan een stad op (laten we voor het gemak even Amsterdam nemen) en je hebt – naast de aanwezigheid van geld en een liberale mores – een extra dimensie voor creativiteit. En deze cocktail voor creativiteit heeft Amsterdam al heel lang, getuige het schilderij van Johannes Lingelbach (Gezicht op de dam) uit 1656.

De Dam, gezien naar het Noorden, met het Stadhuis in aanbouw, 16

De aanwezigheid van een goede kenniseconomie (veel ‘neuronen’) is daarmee een goede basis voor een creatieve economie. Uit onderzoek door de Amsterdam Economic Board blijkt ook dat 60% van de creatieve ondernemers in Amsterdam uit Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP) bestaat. Een goede ontwikkeling volgens Wouter, want dit zorgt voor flexibiliteit en een ‘vloeibare economie’. Belangrijk dus voor (afgestudeerde) studenten CMD: er liggen zeker kansen om als ZZP’er je brood te verdienen. Wel handig om al tijdens je studie je netwerk uit te breiden en je ondernemende skills aan te scherpen. Je moet jezelf wel verkopen natuurlijk!

Wouter noemt Lemz en Mediamonks als voorbeelden van succesvolle Nederlandse bureau’s die internationaal aan de weg timmeren. Ze hebben respectievelijk al 13 en 23 Gouden Leeuwen gewonnen in Cannes. Wouter heeft Mark Woerde (Lemz) en Wesley ter Haar (Mediamonks) een aantal korte vragen gesteld over ‘creativiteit in Nederland’ (mijn foto’s van scherm):

scherm lemz

wesley tekst

Ja, je leest het goed: er wordt gesproken over een internationale digitale opleiding in Nederland. Wouter sluit zijn verhaal af met het benoemen van het belang van ‘flexibiliteit’ in (creatieve) organisaties. Je kunt op een gegeven moment als organisatie te groot worden om snel mee te kunnen bewegen met de ontwikkelingen in en behoeftes uit de markt.

Mats Siffels neemt het stokje over. Een korte intro over DigitasLBi en het belang dat zij als bureau zien van de groeiende ontwikkelingen binnen ‘user experience design’ en technologie in hun dienstverlening aan klanten. Hij benoemt de opkomst van steeds meer (relatief kleinschalige) bedrijven die bestaande vormen van dienstverlening compleet op zijn kop zetten. De ‘disrupters’. Denk aan Airbnb, UBER en Whatsapp. Je hoeft geen multinational meer te zijn om grote impact in het leven van mensen te krijgen. Mooie metafoor over olietankers en kleine zodiac rubberbootjes die de horizon en omgeving van het grote moederschip verkennen.

disrupters

Het belang van ‘menselijkheid’ en ‘persoonlijkheid’ plus het geven van meer betekenis aan de verschillende ‘touchpoints’ in de diensten en producten van bedrijven wordt steeds belangrijker. Niet alleen de ervaring van het eindproduct. Als DigitasLBi willen zij hun klanten meenemen in deze ontwikkelingen en hen hierover adviseren. Laat ‘adviseren’ nou één van de vijf competenties van CMD Amsterdam zijn! Hij onderstreept het belang van de maak-cultuur en om via korte cycli (scrum, prototyping) tot nieuwe – creatieve – oplossingen te komen. Hierbij zo weinig mogelijk ‘fear of failure’. Niet bang zijn om op je bek te gaan. Opstaan, kijken wat er mis ging, hier van leren en het daardoor nog beter doen. Ik maakte even een snelle notitie in de kantlijn…

De laatste spreker van de avond is Boris Nihom (Achtung). Hij start met het benoemen van twee dilemma’s. Dilemma 1: De toenemende concurrentie onder (creatieve) bedrijven versus de roep om aandacht bij consumenten. Dilemma 2: De toename van onvoorspelbare effecten (zoals eerder genoemde ‘disruptors’ versus de menselijke behoefte aan overzicht en controle. Interessant. Vervolgens geeft Boris aan wat hij denkt dat Amsterdam / Nederland nodig heeft om creatief te blijven:

gogme tekst

1) Gogme (uit het Jiddisch):  intellect, slimme wijsheid, weten waar je moet gaan, zijn. Het slimste jongetje / meisje van de klas willen zijn. Mooi voorbeeld hoe het Nederlandse bedrijf Suit Supply door goede spullen, tegendraadse campagnes en een slim business-model de hele wereld verovert. Maar ook Buutvrij, een creatief bureau dat een zeer ongewone strategie inzette om in crisistijd toch nieuwe opdrachten binnen te halen:

2) Bekonkelen: bekokstoven, het heimelijk regelen. Of in Amsterdamse woorden: ‘het samen gewoon effe cheffen’ (regelen). Niet te lang vergaderen en overleggen, maar gewoon krachten bundelen en gaan. Voorbeeld van het project RAW for the Oceans, waarbij het Nederlandse bedrijf G-Star samen met Pharrell Williams en het bedrijf Bionic Yarn een nieuw concept bedacht: het plastic dat in onze oceanen drijft verwerken in kleding:


3) Opkalefateren: herstellen, opknappen, oplappen, opvijzelen, repareren. Gewoon zorgen dat het erg goed uit ziet. Of het mooier maken dan het was. Of beter. Of leuker. Boris geeft een voorbeeld van een campagne van Achtung waarbij hen werd gevraagd om het bekendste busje van Volkswagen wat meer aandacht te geven op Facebook. Resultaat: de Fanwagen.

Na de presentatie van Boris was er nog gelegenheid tot het stellen van vragen / opmerkingen. Ik besloot ook om mijn vinger op te steken en iets te zeggen. Het klonk ongeveer zo:

“Hallo, goeienavond allemaal. Ik ben Mattijs Blekemolen en werk bij de opleiding CMD Amsterdam. Dus wat betreft de plannen voor die internationale digitale design opleiding: die is er al. Jullie zijn welkom om langs te komen en verder te praten. Verder maak ik uit jullie presentaties op dat er in de creatieve industrie behoefte is aan brutale mensen die goed zijn in samenwerken en die bestaande producten en diensten tot nieuwe business-modellen kunnen samensmelten. Hiervoor is het belangrijk dat je fouten durft te maken en mag maken. Fail. Fail again. Fail better. Dat klinkt mooi. Aangezien wij de nieuwe digitale designers voor de toekomst (en voor jullie) opleiden, neem ik deze feedback mee terug naar onze opleiding. Het zou voor ons als creatieve opleiding erg fijn zijn als onze studenten ook daadwerkelijk de ruimte krijgen om tijdens hun studie vaker te experimenteren, ‘op hun bek te gaan’, daar van te leren en daarvoor beloond te worden. Het zou voor ons erg fijn zijn als instanties als bijvoorbeeld de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) deze ‘room for failure and experiment’ ook ruimte in een onderwijsprogramma geeft. Niet alleen focus op het eindresultaat, maar ook op het (leer)proces er naar toe. Zelfs Minister Bussemaker geeft aan dat er behoefte is aan ‘competent rebels’ in de creatieve industrie. Moeten ze wel die ruimte krijgen. Mogelijk dat een open brief vanuit de creatieve industrie aan de NVAO een eerste stap kan zijn.” 

Resultaat van mijn opmerking: ik werd na afloop aangesproken door Petra Tiel van VNO-NCW. Zij zijn ervoor om dit soort signalen op te pikken en instanties zoals de NVAO hierover te informeren. We hebben een afspraak gemaakt. Tevens met Wouter Boon gesproken en aangegeven dat wij als CMD graag onderdeel worden van de Dutch Digital Design community. Toen was het tijd om mijn jas te pakken, nog een zalmrolletje weg te happen, hondje te aaien en weer samen met Valina op onze fietsjes te springen. Het boek ‘Defining Creativity’ trots in mijn tas, vanwege de beste opmerking van de avond volgens Wouter Boon.

– Mattijs Blekemolen

Mattijs Blekemolen

About Mattijs Blekemolen

Coördinator externe samenwerking bij de opleiding CMD Amsterdam. Je kunt me volgen op Twitter, dan blijf je automatisch op de hoogte van o.a. nieuwe posts en ontwikkelingen rondom de opleiding: @m_blekemolen

3 Comments

  • Frank Kloos says:

    GOGOGO Mattijs! :)

  • Leonard van der Hout says:

    Inspirerend! Dit moeten veel mensen lezen! en vervolgens natuurlijk doen!

  • Het was een inspirerende bijeenkomst. Ook in het staartje van de avond waar iemand uit het publiek pleitte voor het opleiden van onervaren communicatiemanagers die, in zijn optiek, veel goede ideeën in de kiem smoren. Begrijpelijk sentiment, maar het is aan de bureaus zelf om klanten van alle niveau’s te overtuigen van de kracht van een goed idee. Boris Niham heeft met zijn presentatie laten zien dat een bureau met ‘gogme, bekonkelen en opkalefateren’ (zelfreflectie) meer bereikt dan de ‘ministries of design’ die, vastgeroest in structuren en processen, alleen nog externe factoren zoeken om hun successen én falen in creatie te verantwoorden.

Leave a Reply